door Pieter Huisman | vrijdag, 31 oktober, 2025 | Uncategorized
Je staat in de deuropening.
“Eten!” roep je.
Geen reactie.
Je ziet beweging achter het scherm, maar geen blik omhoog.
De stilte zegt alles: jouw puber negeert je.
En ergens tussen frustratie en verdriet voel je dat dit niet alleen over een telefoon gaat.
Het gaat over afstand. En over verlangen naar iets wat er ooit vanzelf was: contact.
Het doet pijn om genegeerd te worden door degene van wie je het meest houdt.
Herkenning: praten tegen een muur
Je probeert aardig te blijven, maar zijn korte zinnen snijden als messen.
“Laat me met rust.”
“Doe niet zo dramatisch.”
“Je snapt het gewoon niet.”
Je voelt je machteloos — alsof elke poging om dichterbij te komen juist meer afstand creëert.
En misschien denk je: ik heb alles geprobeerd.
Maar er is één ding dat nog werkt. Alleen is het niet wat je denkt.
Lees ook: waarom je puber jou niet leuk vindt – en dat oké is.
Inzicht: stilte is ook communicatie
(C – Controler)
Als ouder wil je iets dóén. Praten, uitleggen, sturen.
Maar pubers in overdrive kunnen geen extra woorden verdragen.
Elke poging om het gesprek te forceren voelt voor hen als een aanval.
De kunst is niet harder praten, maar zachter aanwezig blijven.
Want jouw rust is het enige dat zijn onrust dempt.
(P – Promotor)
Stel je dit voor:
Je zoon zit met zijn oortjes in. Jij klopt zachtjes op de deur, wacht een seconde en zegt:
“Ik weet dat je even klaar bent met praten.
Maar ik ben hier — ook als het stil is.”
Hij reageert niet meteen.
Maar drie uur later ligt er een appje op je telefoon:
“Sorry dat ik zo deed. Was ff klaar met alles.”
Geen groot gebaar, maar wel verbinding.
(S & A – Supporter & Analyzer)
Negeergedrag is zelden onwil.
Het is vaak een signaal van overprikkeling, schaamte of stress.
Pubers weten nog niet hoe ze emoties reguleren, dus sluiten ze zich af.
Daarom werkt druk zetten averechts: hun brein schiet in verdediging.
Wat helpt, is voorspelbaarheid:
- Rustige toon
- Geen tegenreactie op afstand
- Consequente beschikbaarheid
Wil je dat onderbouwen? Lees meer over emoties in de puberteit bij NJI
Quick win: de drie-minutenregel voor contact
Probeer drie minuten per dag bewust contact te maken zonder iets te willen oplossen.
Zeg niets, luister, of doe gewoon iets samen.
Een kop thee. Een korte autorit. Een grapje bij het ontbijt.
Drie minuten échte aandacht per dag herstelt meer dan dertig minuten preken ooit kan doen.
Lees ook: hoe empathisch luisteren werkt bij pubers.
Conclusie: verbinding groeit in stilte
Je kunt je puber niet dwingen om te praten,
maar je kunt hem wel laten voelen dat hij welkom blijft —
met zijn humeur, zijn stilte en zijn chaos.
Soms is liefde niet wat je zegt, maar wat je niet zegt.
En precies daar, in dat kleine stukje rust,
begint echt contact opnieuw.
> Wil je leren hoe je die verbinding vasthoudt, ook in lastige fases?
Ontdek de online training Puberproof Basics – praktische tools om minder strijd en meer contact te krijgen.
Of: Download ons gratis e-boek: Verbinden met je Puber
door Pieter Huisman | donderdag, 30 oktober, 2025 | Uncategorized
Je merkt het aan alles:
de toon, de blik, de afstand.
Je puber lijkt jou gewoon niet meer leuk te vinden.
En ergens tussen de zuchten en de dichtslaande deuren vraag je je af: wanneer ben ik veranderd van veilige haven in irritatiefactor?
Spoiler: dit hoort erbij.
En dat is goed nieuws.
Herkenning: de rol die je niet hebt gekozen
Vroeger was je zijn held, zijn voorbeeld, zijn vraagbaak.
Nu ben je vooral degene die “zeurt”, “altijd wat wil” en “nooit iets begrijpt”.
Je probeert rustig te blijven, maar voelt hoe het schuurt.
“Waarom doet hij zo onaardig?”
“Wat heb ik fout gedaan?”
Het antwoord is: niets.
Je puber doet wat hij moet doen — zich losmaken.
En dat voelt voor jou als verlies.
Lees ook deel 1: ik vind mijn puber niet leuk – en ik schaam me ervoor.
Inzicht: afstand is geen afwijzing
(C – Controler)
Pubers moeten leren zichzelf te zijn zonder jou.
Dat proces begint met afstand nemen — letterlijk en emotioneel.
Voor jou voelt dat als afwijzing, maar voor hem is het oefenen in zelfstandigheid.
Hij moet jou minder leuk vinden om zichzelf te durven worden.
(P – Promotor)
Stel je voor:
Je dochter komt thuis, gooit haar tas neer en snauwt:
“Bemoei je er niet mee, mam.”
Auw.
Maar let op wat er onder zit: ze probeert grenzen te voelen, identiteit te bouwen.
Ze test niet alleen wat jij doet, maar ook wat zij aankan.
Hoe feller de puber, hoe groter de zoektocht.
(S & A – Supporter & Analyzer)
In de hersenen van pubers verandert van alles.
Hun emotiecentrum groeit sneller dan het deel dat remt en nuance aanbrengt.
Ze ervaren gevoelens intenser, maar missen nog de vaardigheden om die goed te uiten.
Dus als hij kortaf of bot doet, is dat vaak een combinatie van overprikkeling, schaamte en onzekerheid.
Het is niet dat hij je niet waardeert — hij kan het alleen even niet laten zien.
Quick win: geef ruimte zonder los te laten
Probeer de komende dagen dit:
Wanneer je puber kortaf is, adem één keer diep in en zeg:
“Oké, ik hoor je. Als je straks wilt praten, ik ben er.”
Meer niet.
Geen preek, geen tegenaanval.
Je laat zien dat jij de stabiele factor blijft, ook als hij wankelt.
Dat is precies wat hem leert dat jij veilig bent — zelfs als hij afstand neemt.
Lees ook: hoe je weer contact krijgt met je puber die je negeert.
Conclusie: loslaten is liefde in actie
Jouw taak is niet om leuk gevonden te worden.
Jouw taak is om betrouwbaar te blijven.
Want achter dat rollende oog zit iemand die je nodig heeft,
ook al doet hij alsof van niet.
Vertrouw erop dat de band niet verdwijnt —
hij verandert alleen van vorm.
> Lees deel 3 van deze serie:
Hoe je weer contact krijgt met je puber die je negeert
Ontdek hoe je de afstand kleiner maakt zonder hem te verstikken.
Lees ook: Gaat het goed met mijn puber? | Nederlands Jeugdinstituut
door Pieter Huisman | woensdag, 29 oktober, 2025 | Uncategorized
Je houdt van je kind. Dat staat buiten kijf.
Maar als je eerlijk bent… vind je je puber op dit moment niet leuk.
De toon, de blik, het gesnuif, het eindeloze “laat me met rust” — het maakt iets in je los wat je zelf niet begrijpt.
En daarna komt meteen de schaamte: wat voor ouder denkt dit nou?
Herkenning: van knuffelkind naar tegenpool
Weet je nog, dat kleine mensje dat aan je hing?
Nu rolt diezelfde persoon met zijn ogen als jij iets zegt.
Je mist het gevoel van nabijheid, van vanzelfsprekend samen.
En elke poging tot gezelligheid eindigt in zuchten, snauwen of stilte.
Je voelt je tekortschieten.
Je wilt het goed doen, maar alles wat je zegt lijkt verkeerd te vallen.
En dus denk je wat je nooit hardop zou durven zeggen:
“Ik vind mijn puber niet leuk.”
Lees ook: waarom je puber jou soms écht niet leuk vindt – en dat oké is.
Inzicht: het taboe op negatieve gevoelens
(C – Controler)
We leren dat liefde gelijkstaat aan leuk vinden.
Maar opvoeden is geen verliefdheid.
Je kunt van iemand houden en hem tegelijk verschrikkelijk irritant vinden.
Pas als je dat durft toe te geven, kun je iets veranderen.
(P – Promotor)
Stel je voor: je dochter komt thuis, gooit haar tas in de hoek en zegt:
“Jij begrijpt er toch niks van.”
Je voelt het steken.
Niet omdat ze ongelijk heeft, maar omdat ze vroeger juist alles met je deelde.
En dat contrast doet pijn.
(S & A – Supporter & Analyzer)
Wat hier gebeurt, is losmaking.
Pubers duwen afstand om zichzelf te ontdekken.
Hun hersenen zitten in verbouwing: emoties op turbo, empathie op pauze.
Wat voor jou voelt als afwijzing, is vaak een zoektocht naar autonomie.
Toch raakt het jou omdat het jouw oude stukken triggert — controle, afwijzing, onzekerheid.
Je puber is niet het probleem; hij drukt op jouw onbewuste knoppen.
Quick win: lucht geven aan wat je niet leuk vindt
Schrijf drie zinnen op waarin je eerlijk benoemt wat je voelt.
Bijvoorbeeld:
- “Ik word gek van zijn toon.”
- “Ik mis mijn kind van vroeger.”
- “Ik voel me buitengesloten in mijn eigen huis.”
Je hoeft het niet te delen — het mag alleen bestaan.
Want zodra gevoelens ruimte krijgen, hoeven ze niet meer te ontploffen.
Meer praktische inzichten?
Lees hoe je weer contact krijgt met je puber die je negeert.
Conclusie: liefde is niet hetzelfde als leuk vinden
Dat je je puber even niet leuk vindt, zegt niets over je liefde.
Het zegt dat je geraakt bent, dat je aan het loslaten bent,
en dat je opnieuw moet leren kennen wie hij aan het worden is.
Schaamte hoort daar niet bij.
Eerlijkheid wel.
Want echte verbinding begint waar de schone schijn ophoudt.
Lees deel 2 van de serie:
Waarom je puber jou niet leuk vindt – en dat oké is
Ontdek waarom afstand soms een teken van groei is.
Download ons gratis e-boek: Verbinden met je Puber
Lees ook in Psychologie.nl: Het verdriet van de puberouder
door admin | maandag, 20 oktober, 2025 | Uncategorized
Je zegt: “Doe je jas aan.” Je puber: “Waarom zou ik? Het is niet koud.” Je zegt: “Maak je huiswerk.” Je puber: “Straks. Ik bepaal zelf wel wanneer.”
Herkenbaar? Het voelt alsof je in een constante onderhandeling zit met een mini-advocaat. Vermoeiend? Zeker. Maar hier zit ook goud in verstopt. Een sterke wil is niet alleen lastig. Het is een kracht. Als je die leert zien én begeleiden, geef je je puber een eigenschap mee die hen later beschermt tegen groepsdruk en helpt trouw te blijven aan zichzelf.
Herkenning
- “Hij moet altijd het laatste woord hebben.”
- “Ze kan zó koppig zijn, ik trek het niet meer.”
- “Alles wordt een discussie.”
- “Ze weigeren simpelweg mee te werken.”
Als ouder voel je je machteloos. Soms denk je: ik moet dit breken, anders wordt het later niks. Misschien merk je dat je stem automatisch harder wordt, of dat je strenger straft. Of juist dat je vermoeid toegeeft, omdat je geen zin hebt in wéér een discussie.
Inzicht
Wat jij koppigheid noemt, is vaak innerlijke richting. Een sterke wil betekent dat je puber weet wat hij of zij voelt, denkt of wil. Dat is geen teken van ongehoorzaamheid, maar van een sterke kern. En kinderen met een sterke kern hebben later vaak een grotere kans om:
- Nee te zeggen tegen groepsdruk.
- Ja te zeggen tegen hun eigen dromen.
- Zich staande te houden in een maatschappij die ze continu wil vormen.
De valkuil: als jij hun wil steeds breekt, leren ze dat hun stem er niet toe doet. Het gevolg kan twee kanten opgaan:
- Ze worden volgzaam, maar missen ruggengraat en eigen richting.
- Ze worden rebels, omdat ze koste wat kost hun autonomie willen bewaken.
Een sterke wil is dus geen vijand. Het is brandstof. De kunst is om die brandstof in de juiste richting te laten stromen.
Waarom het lastig is voor ouders
- Vermoeidheid: je wilt rust en gehoorzaamheid, niet wéér discussie.
- Onzekerheid: je denkt: als ik dit niet breek, verlies ik de controle.
- Eigen geschiedenis: misschien mocht jij vroeger niet tegenspreken en voelt de koppigheid van je puber extra pijnlijk.
Belangrijk om te onthouden: je puber daagt je niet uit om jou kapot te maken. Ze dagen je uit omdat dat hun taak is – grenzen zoeken, richting vinden, hun eigen stem ontwikkelen. Dat vraagt van jou een shift: van breken naar begeleiden.
Het puberbrein en koppigheid
Neurowetenschappelijk gezien is koppigheid een logisch product van de puberteit. De hersenen zijn volop in verbouwing:
- Het emotionele brein (amygdala) reageert sneller en heftiger.
- De prefrontale cortex (plannen en remmen) loopt achter.
- Gevoelens van autonomie en rechtvaardigheid zijn sterker dan ooit.
Kortom: je puber voelt dingen intens, wil alles zelf bepalen, maar heeft nog niet de remkracht om dat altijd handig te doen. Daarom voelt een simpele vraag soms als een aanval op hun vrijheid.
Quick win
Vijf manieren om een sterke wil te begeleiden
- Erken de kracht. Zeg: “Ik zie dat je sterk in je schoenen staat.” Alleen al erkenning haalt vaak spanning weg.
- Geef kaders, geen dictaten. Stel grenzen die niet onderhandelbaar zijn, maar geef ruimte binnen die grens. Bijvoorbeeld: “Het huiswerk moet vandaag af. Wil je dat vanmiddag of vanavond doen?”
- Gebruik ja-en. In plaats van: “Nee, dat kan niet,” zeg je: “Ja, en dit is wat er ook moet gebeuren.” Zo voorkom je een frontale botsing en bied je perspectief.
- Houd je eigen emotie in toom. Hun vuur roept vaak jouw vuur op. Als jij kalm blijft, laat je zien dat kracht niet hoeft te escaleren. Jij bent de thermostaat, niet de thermometer.
- Vier hun vasthoudendheid. Vertel hoe diezelfde eigenschap later goud waard is in studie, werk of relaties. Maak de vertaalslag: dezelfde koppigheid die nu irritant is, kan hen straks beschermen tegen groepsdruk of helpen een droom na te jagen.
Extra handvatten voor dagelijks gebruik
- Gebruik humor om spanning te breken en laat zien dat je niet alles persoonlijk neemt.
- Geef kleine keuzes: “Wil je eerst douchen of eerst eten?” Keuzes geven autonomie zonder chaos.
- Modelleer flexibel denken. Laat zien dat jij ook van gedachten kunt veranderen – zo leer je dat vasthoudendheid krachtig is, maar niet star hoeft te zijn.
- Zet hun energie om. Laat een koppige puber meepraten over oplossingen in plaats van zich vast te bijten in strijd.
Voorbeelden uit de praktijk
Een vader vertelde dat zijn zoon altijd discussie zocht over bedtijd. In plaats van elke avond een strijd, gaf hij hem de keuze: “Licht uit om half elf of om elf, maar het moet een van de twee zijn.” Zijn zoon koos meestal elf uur, maar het verschil zat in het gevoel van keuzevrijheid.
Een moeder herkende zichzelf in de koppigheid van haar dochter. Waar zij vroeger altijd werd gestraft, besloot ze nu anders te reageren: “Ik zie dat je standvastig bent. Vertel me waarom dit zo belangrijk voor je is.” Het gesprek werd opener en de band sterker.
Een puber die weigerde mee te werken aan huishoudelijke taken, kreeg een lijst met opties: koken, tafel dekken of stofzuigen. Het resultaat: minder strijd, meer eigenaarschap.
Het verschil dat dit maakt
- Er komt minder strijd, omdat je niet alles als aanval ziet.
- Je kind voelt zich gehoord en daardoor sneller bereid te luisteren.
- Hun zelfvertrouwen groeit, omdat ze leren dat hun stem ertoe doet.
- De relatie wordt steviger, omdat er wederzijds respect ontstaat.
Je hoeft hun vuur niet te doven. Je hoeft alleen de haard te bouwen waarin het kan branden zonder schade.
Conclusie
Een sterke wil is soms lastig, maar het is ook een kracht. Jouw taak als ouder is niet die wil breken, maar richting geven – niet de gladiator spelen, maar de gids. Want een kind dat leert: mijn kracht mag er zijn, groeit uit tot een volwassene die stevig staat – niet ondanks zijn sterke wil, maar dankzij.
Wil je leren hoe je de sterke wil van je kind begeleidt in plaats van bevecht? Lees het e-book Verbinden met je puber (€9,99) of start met Puberproof Samen Slim (groepstraject, €349) en ontdek samen hoe je grenzen stelt zonder strijd.
door admin | maandag, 13 oktober, 2025 | Uncategorized
Leer mij om boos te zijn zonder met deuren te slaan
BAM! De deur knalt dicht. Jouw puber schreeuwt iets onverstaanbaars. Jij schreeuwt terug: “Doe eens normaal!”
Vijf minuten later zit jij met bonkend hart op de bank. De spanning hangt nog in de lucht.
Je voelt dat je kind verdrietig is, maar je hebt geen idee hoe je weer contact moet maken.
Herkenbaar? Boosheid hoort bij het leven. Het is een gezonde emotie die ons vertelt waar onze grenzen liggen.
Maar als boosheid een sport wordt – wie harder schreeuwt, wie de deur het hardst dichtgooit – dan verandert iets natuurlijks in een destructief patroon.
Het goede nieuws: je kunt boosheid leren dragen. En je kunt je puber leren hetzelfde te doen.
Herkenning
- Je puber smijt met deuren, roept: “Laat me met rust!” en verdwijnt urenlang op hun kamer.
- Jij schreeuwt terug en denkt daarna: dat had ik anders moeten doen.
- Gesprekken eindigen in ijzige stilte, soms dagenlang.
- Jij slikt je frustratie in, maar ontploft vervolgens bij de verkeerde aanleiding.
- Je puber doet alsof alles hen koud laat, maar barst later uit in tranen of woede.
Het voelt alsof er in huis een strijdtoneel ligt. En je vraagt je af: waarom lukt het niet gewoon om boos te zijn zonder oorlog?
Inzicht
Boosheid is een basisemotie. Net zo gezond als blijdschap of verdriet. Het vertelt je:
- Er is een grens overschreden.
- Ik heb iets nodig wat ik nu niet krijg.
- Er klopt iets niet voor mij.
Het probleem: we hebben vaak nooit geleerd hoe je boos kunt zijn zonder schade. Wat we kennen, komt uit ons eigen gezin van herkomst.
En dat ziet er meestal zo uit:
- Schreeuwen – wie het hardst praat, krijgt gelijk.
- Wegslikken – doen alsof er niets aan de hand is, terwijl je vanbinnen kookt.
- Ontploffen – alles ophopen en bij het kleinste vonkje exploderen.
- Sarcasme – geen directe woede tonen, maar steken onder water geven.
En je puber? Die kopieert dit feilloos. Kinderen leren niet van je woorden, maar van je voorbeeld.
Wat boosheid écht betekent
Boosheid is energie. Je lichaam maakt adrenaline aan, je hartslag versnelt, je spieren spannen zich.
Biologisch gezien is dit nuttig: je maakt je klaar om te beschermen wat belangrijk is.
Maar als je die energie uit in schreeuwen of slaan, gaat de kern verloren.
De boodschap wordt overspoeld door de vorm.
Gezonde boosheid zegt:
- “Dit is mijn grens.”
- “Ik voel me gekwetst.”
- “Ik heb iets anders nodig.”
Ongezonde boosheid zegt:
- “Ik wil winnen, koste wat kost.”
- “Ik vernietig liever dan dat ik voel.”
- “Ik duw jou weg zodat ik mezelf niet hoef te voelen.”
Het verschil zit dus niet in de emotie zelf, maar in de manier waarop die eruit komt.
Waarom pubers extra heftig boos zijn
Het puberbrein is in verbouwing. De amygdala – het emotionele alarmsysteem – staat op turbo,
terwijl de prefrontale cortex – het deel dat remt en nadenkt – nog niet volgroeid is.
Gevolg: emoties knallen er ongefilterd uit.
Tel daarbij op dat pubers bezig zijn met hun identiteit en autonomie: ze willen grenzen verkennen,
eigen keuzes maken, onafhankelijk zijn. Boosheid is daar vaak een bijproduct van.
En dan komt er nog iets bij: pubers spiegelen het innerlijk weer van hun ouders.
Als jij gespannen, boos of uitgeput bent, voelen zij dat en reageren ze extra fel.
Waarom boosheid vaak ontspoort
- Taboe: In veel gezinnen geldt impliciet dat boos zijn niet mag. Dus wordt het weggestopt of komt het er ongezond uit.
- Overdracht: Jij reageert niet alleen op je puber, maar ook op je eigen geschiedenis. Hun woede kan oude pijn aanraken.
- Geen taal: Zonder woorden blijft er maar één manier over: gedrag – stampen, gooien, schreeuwen.
- Stress: Vermoeidheid of drukte maakt de lont korter, zowel bij jou als bij je kind.
Quick win
Vijf stappen om boosheid gezond te maken
- Normaliseer boosheid. Zeg: “Boos zijn is niet fout. Het mag er zijn.” Daarmee haal je de schaamte weg.
- Pauzeer voor de uitbarsting. Voel je dat je ontploft? Zeg: “Ik ben te boos nu, we praten straks.” Daarmee laat je zien dat pauzeren krachtig is.
- Gebruik ik-taal. Niet: “Jij maakt me gek!”, maar: “Ik merk dat ik boos word als dit gebeurt.” Zo hou je de verantwoordelijkheid bij jezelf.
- Zoek veilige ontlading. Wandelen, sporten, schrijven of in een kussen grommen – manieren om spanning kwijt te raken.
- Reflecteer samen. Vraag later: “Wat gebeurde er toen je boos werd? Wat had je nodig?” Zo maak je van een knal een leermoment.
Extra tips om thuis met boosheid om te gaan
- Maak gezinsafspraken: geen schelden, geen slaan met deuren. Boosheid mag, maar zonder vernieling.
- Introduceer een pauzeknop – een woord of gebaar waarmee iedereen weet: nu even afstand.
- Gebruik humor om spanning te breken.
- Oefen met woorden: geef je puber een emotiewoordenlijst en laat ze oefenen. Elke nuance telt.
- Geef herstel een plek: ging het mis? Laat zien hoe je sorry zegt en weer contact maakt.
Het verschil dat dit maakt
- Je puber voelt dat boosheid mag bestaan zonder straf.
- Jij leert kalmte bewaren en zo een voorbeeld zijn.
- Conflicten escaleren minder en herstellen sneller.
- Je kind leert: “Ik mag boos zijn én ik kan boos zijn zonder anderen pijn te doen.”
Dat geeft emotionele veiligheid. En veiligheid is de bodem waaruit respect en vertrouwen groeien.
Voorbeelden uit de praktijk
Een moeder die altijd alles inslikte, ontdekte dat haar dochter steeds dramatischer boos werd.
Toen zij begon te zeggen: “Ik ben boos en ga even een rondje lopen,” kalmeerde haar dochter sneller.
Een vader die vaak schreeuwde, oefende met ik-taal. In plaats van: “Jij maakt me gek,” zei hij: “Ik merk dat ik onrustig word van dit lawaai.”
Zijn zoon voelde zich minder aangevallen en reageerde rustiger.
Een gezin sprak af dat niemand meer deuren mocht slaan. Eerst lachten de pubers erom.
Maar toen ook de ouders zich eraan hielden, daalde de spanning merkbaar.
Conclusie
Boosheid is gezond. Het is energie, een signaal, een grensbewaker.
Maar als je er een sport van maakt – wie het hardst schreeuwt of de deur het hardst dichtgooit – gaat de kern verloren.
Leer je puber boos te zijn zonder sloopwerk. Begin bij jezelf.
Laat zien dat boosheid geen misdaad is, maar een boodschap.
Zo groeit je kind op met een emotionele handleiding die jij misschien nooit hebt gehad.
En dát is misschien wel het mooiste cadeau dat je kunt geven.
Wil je leren hoe je boosheid inzet als kracht in plaats van strijd? En wil je praktische tools om emoties te hanteren zonder deurenoorlog?
door admin | maandag, 6 oktober, 2025 | Uncategorized